chansons NL

   
Home
Up
I offer these translations into Dutch as they are, imperfect and faulty worktranslations: onzekere tastende werkvertalingen. Verbeteringssuggesties zijn dus altijd welkom. Schuingedrukt, italic, vrijere vertalingen.
 

chanson première

Plaisir n'ay plus, mais vy en desconfort,

Fortune m'a remis en grand douleur:

L'heur que j'avoys, est tourné en malheur,

Malheureux est, qui n'a aulcun confort.

 

Fort suis dolent, et regret me remord,

Mort m'a osté ma Dame de valeur,

L'heur que j'avoys, est tourné en malheur:

Malheureux est, qui n'a aulcun confort.

 

Valoir ne puis, en ce Monde suis mort,

Morte est m'amour, dont suis en grand langueur,

Langoreux suis plein d'amere liqueur,

Le cueur me part pour sa dolente mort.

  

Geen vreugde heb ik meer, maar ik leef zonder troost,

het lot heeft mij in een groot verdriet gestort:

t geluk dat ik had, is verkeerd in ongeluk,

ongelukkig is hij, die geen enkele troost heeft

 

Zeer bedroefd ben ik, smart knaagt aan mij,

de Dood heeft mij mijn DAME van waarde ontroofd,

..

 

 

Niets heeft waarde meer, in deze Wereld ben ik dood,

Dood is mijn geliefde, daarom kwijn ik helemaal weg

verkwijnend ben ik vol van bittere vloeistof

Mijn hart breekt / verlaat mij/ vanwege haar droeve dood.

 

Het is gedaan, het spel is afgelopen, moedeloos

en eindeloos verdrietig ben ik nu:

Geluk, ik heb het gekend, het is verkeerd in ongeluk,

Wee de mens, die leven moet, zonder troost.

 

Droefheid drukt mij terneer, smart knaagt aan mij,

De Dood heeft mij mijn Dame ontroofd, mijn Schat

Geluk, ik heb het gekend, het is verkeerd in ongeluk,

Wee de mens, die leven moet, zonder troost.

 

Niets raakt mij meer, der wereld dood ben ik,

Dood is mijn Liefde, mijn leven verkwijnt

Weg kwijn ik, als gal zo bitter is mijn smart,

Mijn hart, het breekt, om haar droeve dood.

 

chanson II

Secourez moy, ma Dame par amours,

Ou aultrement la Mort me vient querir.

Aultre que vous ne peult donner secours

A mon las cueur, lequel s'en va mourir.

Helas, helas, vueillez donc secourir

Celluy, qui vit pour vous en grand destresse,

Car de son cueur vous estes la maistresse.

 

Si par aymer, et souffrir nuictz et jours,

L'amy dessert ce, qu'il vient requerir,

Dictes, pourquoy faictes si longs sejours

A me donner ce, que tant veulx cherir?

O noble fleur, laisserez vous perir,

Vostre Servant, par faulte de lyesse?

Je croy qu'en vous n'a point tant de rudesse.

 

Vostre rigueur me feit plusieurs destours,

Quand au premier je vous vins requerir:

Mais Bel Acueil m'a faict d'assez bons tours,

Et me laissant maint baiser conquerir.

Las vos baisers ne me sçavent guerir,

Mais vont croissant l'ardant feu, qui me presse:

Jouyssance est ma medecine expresse.

 

 

 

Red mij, mijn DAME door uw liefde

want anders komt de dood mij halen

Niemand anders dan u kan redding geven

aan mijn arme hart, dat eraan gaat sterven.

Helaas, helaas wil dus komen redden

diegene die voor u in grote ellende leeft

want van zijn hart bent u de meesteresse.

 

Indien door liefhebben, en lijden nacht en dag,

de Geliefde dat verdient, wat hij komt zoeken,

zeg dan, waarom doet u er zo lang over

mij te geven, wat ik zozeer wil koesteren ?

O, edele bloem, laat u tenondergaan

uw dienaar, door gebrek aan vreugde ?

Ik geloof niet dat er in u zoveel barsheid is

 

Uw gestrengheid heeft me meerdere omwegen doen gaan,

sinds ik u voor het eerst ging zoeken:

Maar Welkom heeft mij genoeg goede wegen laten gaan

en me menige kus laten veroveren.

Helaas uw kussen kunnen mij niet genezen

maar zij wakkeren het brandend vuur aan, dat me prest:

genieting is mijn snelwerkend medicijn.

chanson III
Dieu gard ma Maistresse, et regente,
Gente de corps, et de façon,
Son cueur tient le mien en sa tente
Tant et plus d'ung ardant frisson.
S'on m'oyt pousser sur ma chanson
Son de voix, ou harpes doulcettes,
C'est Espoir, qui sans marrisson
Songer me faict en amourettes.
 
La blanche Colombelle belle,
Souvent je voys priant, criant,

Mais dessoubz la cordelle d'elle
Me gette un oeil friant riant,
En me consommant, et sommant
A douleur, qui ma face efface:
Dont suis le reclamant amant,
Qui pour l'oultrepasse trespasse.
 
Dieu des Amans de mort me garde,
Me gardant, donne moy bon heur,
En le me donnant, prens ta Darde,
En la prenant, navre son cueur,
En le navrant, me tiendras seur,
En seurté, suyvray l'accointance,
En l'accointant, ton Serviteur
En servant aura jouyssance.  
 

 

God behoede mijn meesteresse en meerdere
edel is ze van lijf en zede
haar hart houdt het mijne in haar tent (in spanning?)
netzo, ja meer nog dan een vurige huivering.
Als men mij mijn lied zou horen uitbreiden

met het geluid van een stem, of zachte harpen,
dan is het de Hoop, die zonder triestheid
mij laat wegdromen in amourettes
 
De witte duif, de schone
ik zie haar vaak, biddend, wenend,
maar vanonder haar gordel / hoofddoek
werpt zij mij een blik toe, huiverend, lachend
terwijl ze mij verteert, en overdraagt / beveelt
aan een smart, die mijn gelaat uitwist:
daarom ben ik de reclamerende minnaar
die om het tebuitengaan weg gaat.
 
God der minnaars, voor de dood bewaar mij
en mij bewarend, schenk mij geluk
en mij dat schenkend, neem uw pijl,
en die nemend, verwond haar hart
en haar verwondend, zult gij mij zeker vasthouden

en in zekerheid, zal dan de de toenadering volgen
en haar benaderend, zal uw Dienaar
haar dienend vreugde vinden...

chanson IV
Jouyssance vous donneray,
Mon Amy, et si meneray
A bonne fin vostre esperance.
Vivante ne vous laisseray,
Encores, quand morte seray,
L'esprit en aura souvenance.
 
Si pour moy avez du soucy,
Pour vous n'en ay pas moins aussi,
Amour le vous doibt faire entendre.
Mais s'il vous grieve d'estre ainsi,
Appaisez vostre cueur transi:
Tout vient à point, qui peult attendre.
 
 
 
 
Vreugde zal ik u geven,
mijn Vriend, en zo zal ik brengen
uw hoop, tot een goed einde.
Zolang u leeft zal ik u niet verlaten,
en zelfs als ik dood zal zijn
zal de geest de herinnering eraan bewaren..
 
Als u zich (amoureuze) zorgen om mij maakt
ik niet minder om u,
de Liefde moet het u doen verstaan.
Maar als het u zwaar valt zo te zijn,
stel dan uw verkleume hart gerust:
Alles komt terecht, voor wie kan wachten.
 
or more sexually explicit
 
Genot zal ik u geven,
mijn lief, en zo uw verlangen
boven verwachting vervullen
Zolang ik leef, zal ik u niet loslaten
zodat, als ik dood zal zijn,
uw geest het zich nog zal heugen...
 
Als u naar mij verlangt
ik niet minder naar u
De Liefde zal het u wel doen begrijpen
Maar als u er aan onderdoor gaat
stel dan uw verkleumde hart gerust:
We krijgen elkaar wel, als je maar geduld hebt..
 
AMSTERDAMSE vertaling / reumatisch nederlands)
Verheuging zal ik u geven
Mijn Vriend, en zo zal ik leiden
tot een goed einde, uw verwachting.
Levende zal ik u niet laten
en nog, wanneer ik dood zal zijn,
zal de geest er gedachtenis van hebben.
 
NBV vertaling
Ik zal u vreugde schenken, mijn vriend
en zo zal ik al uw verwachtingen vervullen
Terwijl ik leef zal ik u niet verlaten
en als ik sterf, dan nog ben ik bij u
want de geest bewaart zulke herinneringen.
 
Vreugde zal ik u geven
mijn lief, en zo zal ik uw hoop
vervullen, boven verwachting.
Zolang ik leef, zal ik u niet laten
en nog, wanneer ik gestorven ben
zal uw geest er vol van zijn.
 
Als u betrokken bent op mij
weet dan: ik niet minder om u
De Liefde liet u dat toch weten...
En als het u zwaar valt zo te zijn
stel dan uw verschrikte hart gerust
Alles komt in orde, voor wie kan wachten.

bis: Als u om mij lijdt,
ik ook om u,
in de liefde kun je dat verwachten.
Maar als het u bezwaart,
stel dan uw koele hart gerust:
Alles komt terecht, voor wie kan wachten.

 
 

chanson V
J'attens secours de ma seulle pensée:
J'attens le jour, que l'on m'escondira,
Ou que de tout la Belle me dira,
Amy t'amour sera recompensée.

Mon alliance est fort bien commencée.
Mais je ne sçay, comment il en yra,
Car s'elle veult, ma vie perira,
Quoy qu'en Amour s'attend d'estre avancée.
 
Si j'ay reffus, vienne Mort insensée:
A son plaisir de mon cueur jouyra.
Si j'ay mercy, adonc s'esjouyra
Celluy, qui point n'a sa Dame offensée.
 


Ik verwacht de redding van deze ene gedachte:
Ik verwacht de dag dag, dat ik wandelen wordt gestuurd,
of de dag waarop Mijn Schone mij zal zeggen
Vriend, in alles zal uw liefde worden beloond.
  
Mijn relatie/verbintenis is wel zeer goed begonnen
maar ik weet niet, hoe het er verder mee zal gaan,
want als zij wil, zal mijn leven vergaan,
want in zaken van liefde, verwacht men vooruitgang..
 
Als ik afgewezen wordt, dan kome gevoelloze Dood :
Voor haar vreugde zal hij met mijn hart spelen.
Krijg ik genade, dan zal hij zich daarover verheugen
die zijn Dame nooit heeft beledigd..
 
Ik klem mij vast een deze ene gedachte:
Eens komt de tijd, dat ik afgewezen wordt,
of dat over alles de Schone mij zal zeggen:
Mijn vriend, uw liefde zal worden beloond.
 
Onze verhouding is heel goed begonnen
maar ik weet niet, hoe het verder zal gaan,
want als zij wil, zal mijn leven vergaan,
In de Liefde verwacht men dat het vooruitgaat.
 
Word ik afgewezen, de kille dood hale mij :
Voor haar vermaak zal hij met mijn hart spelen.
Krijg ik genade, dan zal hij zich verheugen
die zijn Dame nooit heeft beledigd..
 
 

chanson VI
Amour, et Mort m'ont faict oultrage.
Amour me retient en servage,
Et Mort (pour accroistre ce dueil)
A prins celluy loin de mon oeil,
Qui de pres navre mon courage.
 
Helas Amour, tel personnage
Te servoit en fleur de son aage,
Mais tu es ingrat à mon vueil
De souffrir Guerre, et son orgueil
Tuer ceulx, qui t'ont faict hommage.
 
Si est ce à mon cueur advantage,
De ce que son noble corsage
Gist envers, loing de mon acueil,
Car si j'avois veu son Sercueil,
Ma grand douleur deviendroit rage.
 
 
De Liefde, en de Dood, doen mij geweld aan.
De Liefde houdt mij gevangen in slavernij
en de Dood (om dit lijden te vermeerderen)
heeft ver van mijn oog verwijderd,
diegene die van nabij mijn hart verwondt.
 
??? O liefde toch, wat een persoonlijkheid
diende u in de bloei van zijn leven,
maar u bent - ondanks mijn wens om
de Strijd te ondergaan, en haar trots -
geneigd om te doden diegenen, die u eer hebben bewezen.
 
Maar zelfs zo is het voor mijn hart een voordeel,
dat haar nobele persoontje
ergens ander leefde, ver van mijn onthaal
want zou ik haar doodskist gezien hebben
mijn grote smart zou razernij geworden zijn.
Ik zou gek geworden zijn van verdriet..
 
 
chanson VII
Celle qui m'a tant pourmené,
A eu pitié de ma langueur:
Dedans son Jardin ma mené,
Ou tous arbres sont en vigueur:
Adoncques ne usa de rigueur,
Si je la baise, elle m'accolle:Puis m'a donné son noble cueur,
Dont il m'est advis que je volle.
 
 
Quand je vei son cueur estre mien,
Je mys toute crainte dehors,
Et luy dys, Belle, ce n'est rien,
Si entre voz bras je ne dors:
La Dame respondit alors,
Ne faicte plus ceste demande:
Il est assez maistre du corps,
Qui a le cueur à sa commande.
 
 
 

 
 
 
zij die mij zozeer heeft voortgedreven/vervolgd....
Heeft medelijden gehad met mijn smachten:
Zij heeft mij haar hof binnengeleid
waar alle bomen in volle bloei staan
toen heeft zij geen gestrengheid gebruikt,
als ik haar kuste, heeft zij me omhelsd:
vervolgens heeft ze mij haar nobel hart gegeven
omtrent hetwelk men mij heeft geadviseerd dat ik die zou stelen
 
Toen ik zag dat haar hart van mij was,
heb ik alle vrees van mij afgeworpen,
en haar gezegd: Scone, het is niets waard
als ik niet ook in uw armen slaap:
de Dame antwoordde toen,
Doe dat verzoek nooit meer:
Hij is genoeg meester van het lichaam,
die het hart kan bevelen.
 
chanson VIII
Si de nouveau j'ay nouvelles couleurs,
Il n'en fault jà prendre esbahissement,
Car de nouveau j'ay nouvelles douleurs,
Nouvelle amour, et nouveau pensement:
Dueil, et Ennuy, c'est tout l'avancement,
Que j'ay encor de vous tant amoureuse:
Si vous supply, que mon commencement
Cause ne soit de ma fin langoreuse.
 
Pleust or à Dieu (pour fuyr mes malheurs)
Que je vous tinse à mon commandement:
Ou pour le moins, que voz grandes valeurs
Ne fussent point en mon entendement:
Car voz beaulx yeux me plaisent tellement,
Et vostre amour me semble tant heureuse,
Que je languis: ainsi voylà comment,
Ce qui me plaist, m'est chose doloreuse.
 
 
 
 

Als ik opnieuw verliefd wordt
zou ik liever niet beschaamd worden
Want opnieuw hebt ik nieuwe smarten
nieuwe liefde, en nieuwe gedachten / gewicht
Rouw en ellende, dat is alle vooruitgang,
die ik bij u boek, zo verliefde als ik ben
Aub, bid ik u, laat dit mijn mijn beginnen
niet mijn smachtend einde veroorzaken
 
Moge het Gode behagen (om mijn ongeluk te ontvluchten)
Dat ik u te mijner beschikking krijg:
of op z’n minst, dat uw grote kwaliteiten
niet meer tot mijn gehoor zouden doordringen
Want uw ogen bevallen me zozeer
en uw liefde lijkt me zo gelukkig
dat ik versmacht: ziedaar hoe
dat wat mij bevalt, mij zwaar valt.
 
 
chanson IX
Quand j'ay pensé en vous ma bien aymée,
Trouver n'en puis de si grande beaulté:
Et de vertu seriez plus estimée,
Qu'aultre qui soit, si n'estoit cruaulté.
Mais pour vous aymer loyaulment
J'ay recompense de tourment:
Toutefois quand il vous plaira,
Mon mal par mercy finera.
 
 
Des que mon oeil apperceut vostre face,
Ma liberté du tout m'abandonna,
Car mon las cueur esperant vostre grâce
De moy partit, et à vous se donna.
Or s'est il voulu retirer
En lieu, dont ne se peult tirer,
Et vous a trouvé sans sy,
Fors qu'estes Dame sans mercy.
 
Vostre rigueur veult doncques que je meure,
Puis que pitié vostre cueur ne remord,
Si n'aurez vous (de ce je vous asseure)
Loz, ny honneur de si cruelle mort:
Car on ne doibt mettre en langueur
Celluy qui ayme de bon cueur:
Trop est rude à son Ennemy,
Qui est cruel à son Amy.
 
 
 
 
 
 

Toen ik over u nadacht mijn zeergeliefde,
kon ik er niets in vinden van zo grote schoonheid:
En wat deugden betreft zou u t meest gewaardeerd zijn
- wat er verder nog moge zijn, dan uw wreedheid.
Maar door u loyaal lief te hebben
krijg ik voor deze kwelling afdoende compensatie:
Soms / Vaak / elke keer als het u behaagt,
zal mijn pijn eindigen door mededogen.
 
 
Vanaf het ogenblik dat mijn oog uw gelaat zag,
liet in een keer al mijn vrijheid mij in de steek,
Want mijn arme hart - hopende op uw genade
verliet mij en gaf zich aan u.
En als het zich heeft willen terugtrekken
op een plaats, waarvan het zich niet kan losmaken,
en u hebt het gevonden zonder meer..
... dat u bent een DAME zonder mededogen.
 
Uw gestrengheid wil dus dat ik sterf
omdat medelijden uw hart niet vermurwt,
Zo heeft u (daarvan verzeker ik u)
noch glorie noch eer van een zo wrede dood:
Want men mag niet laten versmachten
diegene die liefheeft met een goed hart:
Tezeer is hij grof tegenover zijn vijand,
die wreed is voor zijn vriend..
 
chanson X
Je suis aymé de la plus belle,
Qui soit vivant dessoubz les Cieulx:
Encontre tous faulx Envieulx
Je la soustiendray estre telle.
Si Cupido doulx, et rebelle
Avoit desbendé ses deux yeux,
Pour veoir son maintien gracieux,
Je croy qu'amoureux seroit d'elle.
Venus la Deesse immortelleTu as faict mon cueur bien heureux,
De l'avoir faict estre amoureux
D'une si noble Damoyselle.
 
 
 
 
 

 
Ik word bemind door de allerschoonste,
die er leeft onder hemelen:
tot spijt van wie het valselijk benijdt,
houd ik het vol, dat zij zó is.
Als Cupido, zacht en rebels
zijn twee ogen zou hebben ontbonden,
om haar gracieuze houding te zien,
ik geloof dat hij verliefd zou zijn geworden op haar.
Venus, onsterfelijke godin,
gij hebt mijn hart zeer gelukkig gemaakt,
door het verliefd te hebben gemaakt
op een zo edele jonge Dame.
chanson XI
Qui veult avoir lyesse
Seullement d'ung regard,
Vienne veoir ma Maistresse,
Que Dieu maintienne, et gard:
Elle a si bonne grâce,
Que celluy qui la voit,
Mille douleurs efface,
Et plus, s'il en avoit.
 
Les vertus de la Belle
Me font esmerveiller.
La souvenance d'elle
Faict mon cueur esveiller.
Sa beaulté tant exquise
Me faict la mort sentir:
Mais sa grâce requise
M'en peult bien garentir.
 
 

Wie blijdschap wil hebben
alleen maar door een blik
hij kome en kijke naar mijn Meesteresse
dat God haar behoede en beware:
Zij heeft zoveel gratie
dat zij - voor eenieder die haar ziet,
duizend zorgen uitwist
en meer nog, zou hij ze hebben.
 
De deugden van mijn Schone
doen mij versteld staan.
De gedachte aan haar
doet mijn hart opwaken.
Haar schoonheid, zo exquise,
doet mij de dood aanvoelen:
maar haar gratie, zo subtiel
kan mij er zeker van genezen
  
chanson XII
Tant que vivray en aage florissant,
Je serviray Amour le Dieu puissant,
En faict, et dictz, en chansons, et accords.
Par plusieurs jours m'a tenu languissant,
Mais apres dueil m'a faict resjouyssant,
Car j'ay l'amour de la belle au gent corps.
Son alliance
Est ma fiance:
Son cueur est mien,
Mon cueur est sien:
Fy de tristesse,
Vive lyesse,
Puis qu'en Amours a tant de bien.
 
Quand je la veulx servir, et honnorer,
Quand par escriptz veulx son nom decorer,
Quand je la voy, et visite souvent,
Les envieulx n'en font que murmurer,
Mais nostre Amour n'en sçauroit moins durer:
Aultant ou plus en emporte le vent.
Maulgré envie
Toute ma vie
Je l'aymeray,
Et chanteray:
C'est la premiere,
C'est la derniere,
Que j'ay servie, et serviray.
 
  

Zolang als ik de bloei van mijn leven ben
zal ik de machtige God dienen, de Liefde
metterdaad, in woorden, liederen en muziek.
Gedurende meerdere dagen liet Hij mij smachten,
maar na de rouwperiode heeft hij mij weer verheugd,
want ik heb gekregen de liefde van de schone met haar edel lichaam.
Haar verb intenis / mijn relatie met haar is mijn trouw
Haar hart is van mij
het mijne van haar
weg met de droefenis
leve de vreugde,
want tussen geliefden is er zoveel goeds..
 
Als ik haar wil dienen en eren
als ik met de pen haar naam wil decoreren
als ik haar zie en vaak bezoek
weten de afgunstigen niets beter te doen dan te mopperen,
maar onze liefde zal er niet minder lang door duren..
Zoveel of nog meer: de wind zal het wegdragen
Spijts de nijd
zal ik haar mijn hele leven beminnen
en bezingen:
zij is de eerste,
en de laatste
die ik dien en dienen zal
chanson XIII
Languir me fais sans t'avoir offensée,
Plus ne m'escriptz, plus de moy ne t'enquiers,
Mais nonobstant aultre Dame ne quiers:
Plus tost mourir, que changer ma pensée.
 
Je ne dy pas t'amour estre effacée,
Mais je me plainds de l'ennuy que j'acquiers,
Et loing de toy humblement te requiers
Que loing de moy, de moy ne sois faschée.
 
 
Jij laat me smachten, zonder dat ik je heb beledigd,
je schrijft me niet meer, je informeert niet meer naar mij,
maar nochtans: ik begeer geen andere vrouw:
Nog eerder zal ik sterven, dan van gedacht veranderen.
Ik zeg niet dat uw liefde is uitgewist,
maar ik beklaag me over de ellende die ik verwerf,
en ver van u verzoek ik u nederig
dat u, ver van mij, niet boos op mij zult zijn..
 
 chanson XIV
D'où vient cela, Belle, je vous supply,
Que plus à moy ne vous recommandez?
Tousjours seray de tristesse remply,
Jusques à temps qu'au vray me le mandez:
Je croy que plus d'Amy ne demandez,
Ou maulvais bruyt de moy on vous revelle,
Ou vostre cueur a faict amour nouvelle.
 
Si vous laissez d'Amour le train joly,
Vostre beaulté prisonniere rendez:
Si pour aultruy m'avez mis en oubly,
Dieu vous y doint le bien, que y pretendez:
Mais si de mal en rien m'apprehendez,
Je veulx qu'aultant que vous me semblez belle,
D'aultant, ou plus vos me soyez cruelle.
 
 

 
Waardoor komt t toch, Schoonheid, bid ik u,
dat u zich nooit meer bij mij aandient?
Ik zal alle dagen vol verdriet zijn,
tot het moment, dat u het mij echt vertelt:
Ik denk dat u helemaal geen vriend meer wilt,
of dat een kwaad gerucht omtrent mij u is onthuld,
of dat uw hart een nieuwe liefde heeft omarmd.
 
Als u de vrolijke vaart der liefde laat voor wat ze is,
dan zult u uw schoonheid gevangen zetten:
Als u voor een ander me vergeten hebt,
God geve u het goede, dat u er zich van voorstelt:
maar als u mij over het kwade niets nieuws leert,
dan wil ik, dat naarde mate dat u me schoon lijkt,
zozeer, of nog meer, u wreed zult zijn voor mij.
 
chanson XV
Ma Dame ne m'a pas vendu,
Elle m'a seulement changé:
Mais elle a au change perdu,
Dont je me tiens pour bien vengé,
Car ung loyal a estrangé
Pour ung aultre, qui la diffame.
N'est elle pas legiere femme?
 
Le Noir a quicté, et rendu,
Le Blanc est d'elle defrengé,
Violet luy est deffendu,
Point n'ayme Bleu, ny Orangé:
Son cueur muable s'est rengé
Vers le Changeant, couleur infame.
N'est elle pas legiere femme?
 

 
Mijn dame heeft mij niet verkocht,
ze heeft me enkel ingewisseld:
Maar bij deze wissel heeft ze verloren
waardoor ik me goed gewroken acht,
want een trouwe heeft zij vervreemd
voor iemand anders, die haar lastert.
Is zij geen lichtzinnige vrouw ?
 
  
chanson XVI
J'ay contenté
Ma voulenté
Suffisamment,
Car j'ay esté
D'amours traicté
Differemment.
J'ay eu tourment,
Bon traictement,
J'ay eu doulceur, et cruaulté:
Et ne me plainds fors seulement
D'avoir aymé si loyaulment
Celle, qui est sans loyaulté.
 
Cueur affeté
Moins arresté
Qu'ung seul moment,
Ta lascheté
M'a dejecté
Fascheusement.
Prend hardiment
Amandement.
Et vous Dames de grand beaulté
Si l'honneur aymez cherement,
Vous n'ensuyvrez aulcunement
Celle, qui est sans loyaulté.
 
 
 
 
 
 

Ik heb bevredigd
mijn verlangen
genoegzaam,
want ik ben
door de liefde
op verscheiden wijze behandeld.
Ik heb kwelling gekend
goede behandeling
Ik heb zoetheid gehad, en wreedheid:
En ik beklaag mij over niets behalve
dat ik zo loyaal heb liefgehad
diegene, die zelf de loyaliteit niet kent.
 
Aangedaan hart,
niet langer vastgehouden
dan een enkel moment,
uw lafheid
heeft mij verworpen
boosaardig.
Neem onverschrokken
verbetering aan.
En u dames van grote schoonheid
Indien u de eer dierbaar liefhebt,
dan zult u op geen enkele wijze haar navolgen,
die zelf de loyaliteit niet kent.
 
 
chanson XVII
Je ne fais rien que requerir
Sans acquerir
Le don d'amoureuse liesse
Las ma Maistresse
Dictes, quand est ce,
Qu'il vous plaira me secourir?
Je ne fais rien que requerir.
 
Vostre beaulté qu'on voit flourir
Me faict mourir:
Ainsi j'ayme ce, qui me blesse.
C'est grand simplesse:Mais grand sagesse,
Pourveu que m'en vueillez guerir.
Je ne fais rien que requerir.
 
 

Ik doe niets als vragen.
zonder te krijgen
het geschenk van de liefdevolle vreugde
Helaas, mijn Meesteresse
zeg dan, wanneer zal het zijn
dat het u behaagt mij te redden ?
Ik doe niets dan vragen.
Ik ben vragende partij
 

uw schoonheid, die men ziet bloeien
doet mij sterven:
ergo: ik heb lief, wat mij verwondt.
T’is toch zo simpel:
Maar groot is de wijsheid,
gesteld dat u me ervan wilt genezen.
Ik ben vragende partij ! Ik zou niet liever willen

 
 
chanson XVIII
D'un nouveau dard je suis frappé,
Par Cupido cruel de soy:
De luy pensois estre eschappé,
Mais cuydant fuyr, me deçoy,
Et remede je n'apperçoy
A ma douleur secrette,
Fors de crier, allegez moy
Doulce plaisant Brunette.
 
Si au Monde ne fussiez point,
Belle, jamais je n'aymerois:
Vous seule avez gaigné le poinct,
Que si bien garder j'esperois:
Mais quant à mon gré vous aurois
En ma chambre seullette,
Pour me venger, je vous feroys
La couleur vermeillette.
 
 

 
 
 
Opnieuw ben ik door een pijl getroffen
door Cupido, wreed van z’n eigen:
Ik dacht aan hem te zijn ontkomen,
maar terwijl ik dacht te onstnappen, misleidde hij mij
en een remedie zie ik niet
die mijn geheime kwaal geneest,
behalve het uit te schreeuwen, kom mij te hulp,
zoete, lieve brunette.
 
Indien u op deze wereld er niet zou zijn
schone, nooit zou ik er liefhebben:
U alleen hebt het punt gemaakt
dat ik zo goed hoopte te behoeden.
Maar alsik u ... had
in mijn kamer, helemaal alleen,
om met te wreken, zou ik u schilderen
in de kleur vermiljoen.
 
 
 
chanson XIX
Mauldicte soit la mondaine richesse,
Qui m'a osté m'Amye, et ma Maistresse.
Las par vertu j'ay son amytié quise,
Mais par richesse ung aultre l'a conquise:
Vertu n'a pas en amour grand prouesse.
 
Dieu gard de mal la Nymphe, et la Deesse:
Mauldict soit l'Or, où elle a sa liesse,
Mauldicte soit la fine Soye exquise,
Le Dyamant, et la Perle requise
Puis que par eulx il fault qu'elle me laisse.
 
 

 
Vervloekt zij de wereldse rijkdom,
die mij mijn geliefde heeft ontnomen, mijn M’esse.
Helaas, door deugd heb ik haar liefde verworven,
maar door rijkdom heeft een ander haar veroverd,
deugd heeft in Liefdeszaken geen grote impact.
Voordeel...
 
God behoede van het kwaad de nimf, de Godheid:
Vervloekt zij t goud, waarin zij haar blijdschap vindt,
vervloekt zij de fijne uitgelezen zijde,
de diamant en de vereiste parel
want daardoor is het zo, dat zij mij heeft verlaten.
chanson XX
Le cueur de vous ma presence desire;
Mais pour le mieulx (Belle) je me retire,
Car sans avoir aultre contentement,
Je ne pourroys servir si longuement:
Venons au poinct, au poinct qu'on n'ose dire.
 
Belle Brunette, à qui mon cueur souspire,
Si me donnes ce bien (sans m'escondire)
Je serviray: mais sçavez vous comment?
De Nuict, et Jour tresbien, et loyaulment.
Si ne voulez, je fuiray mon martyre.
  

 
Uw hart verlangt naar mijn aanwezigheid,
maar om uw bestwil (Schone) trek ik me terug,
want als ik geen andere satisfactie krijg,
kan ik niet zo lang meer dienen...
Laten we op dat punt komen, dat we niet durven noemen..
Mooie brunette, naar wie mijn hart zucht
als je mij dat goed geeft (zonder mij af te schepen) zonder terughouding ??
Dan zal ik dienen: maar weet u hoe ?
s Nachts en ook overdag en loyaal,
als u niet wilt, zal ik mijn martelaarschap toevluchten.
chanson XXI
Amour au cueur me poinct,
Quand bien aymé je suis:
Mais aymer je ne puis
Quand on ne m'ayme poinct.
 
Chascun soit adverty
De faire comme moy:
Car d'aymer sans party,
C'est un trop, grand esmoy. 
 
 

de minne treft mij in het hart,
want welbemind, ben ik
maar ik kan niet beminnen
als men mij niet mint.
 
Een ieder zij gewaarschuwd:
doe niet zoals ik,
want liefhebben zonder wedermin
dat is een te grote emotie.
dat is teveel, je gaat er aan kapot
 
chanson XXII
Qui veult entrer en grâce
Des Dames bien avant,
En cautelle, et fallaceFault estre bien sçavant.
Car tout vray Poursuyvant,
La loyaulté suyvant,
Au jourd'huy est deceu:
Et le plus decepvant
Pour loyal est receu.
  
 
Wie in de gunst wil komen
van de dames,
moet in list en bedrog
een zeergeleerde heer zijn.
Want hij die het waarlijk najaagt
en daarbij de trouw aanhangt,
wordt heden ten dage misleid / teleurgesteld
En de meest misleidende / grootste bedrieger
wordt als trouw aanzien.
 
 
chanson XXIII
Long temps y a, que je vys en espoir,
Et que Rigueur a dessus moy pouvoir:
Mais si jamais je rencontre Allegeance,
Je luy diray, Ma Dame venez veoir:
Rigueur me bat, faictes m'en la vengeance.
 
Si je ne puis allegeance esmouvoir,
Je le feray au Dieu d'Amour sçavoir,
En luy disant, ô Mondaine plaisance,
Si d'aultre bien ne me voulez pourveoir,
A tout le moins ne m'ostez Esperance.
  

 
 
Lang is het geleden, dat ik in hope leefde,
en dat gestrengheid over mij gezag had:
Maar als ik ooit de blijdschap weer ontmoet,
zal ik hem zeggen, MaDame kom het zien:
Gestrengheid slaat me neer, wreek mij op haar.
 
Als ik er niet in slaag de blijdschap ertoe te bewegen,
dan zal ik het aan de God van de liefde laten weten,
door tot hem te zeggen, o wereldse pret,
Als u mij niet wilt voorzien van dat andere goed,
beroof mij dan tenminste van de hope niet..
chanson XXIV
Quand vous vouldrez faire une Amye,
Prenez la de belle grandeur,
En son Esprit non endormie,
Et son Tetin bonne rondeur,
Doulceur
En cueur,
Langage
Bien sage,
Dansant, chantant par bons accords,
Et ferme de Cueur, et de Corps.
 
Si vous la prenez trop jeunette,
Vous en aurez peu d'entretien:
Pour durer prenez la brunette
En bon point, d'asseuré maintien.
Tel bien
Vault bien
Qu'on fasse
La Chasse
Du plaisant Gibier amoureux:
Qui prend telle Proye, est heureux.
Als u een Geliefde wilt gaan zoeken
neem er dan een met een mooie gestalte,
wier geest niet ingeslapen is
en een boezem goed gewelfd
zachtmoedig
van hart,
van taal
vol wijsheid,
die kan dansen en zingen bij goede muziek,
en oprecht van hart is en recht van lijf en leden.
 
Als u er eentje uitkiest, die nog heel jong is,
zult u er weinig onderhoud aan hebben:
Wilt u dat het zal duren, neem een brunette
goedgevuld, met een vastberaden houding.
Zo’n goed
verdient het zeker,
dat men de jacht
aanvat
op dit plezierige liefdevolle wild:
Wie zo’n prooi te pakken krijgt, is gelukkig. 
 

chanson vingtcinquiesme du jour de Noël
[sur le chant de la précédente]

Une pastourelle gentille,
Et ung Bergier en ung Verger
L'autrhyer jouant à la Bille
S'entredisoient pour abreger,
Roger,
Bergier,
Legere
Bergiere,
C'est trop à la Bille joué.
Chantons Noé, Noé, Noé.
 
Te souvient il plus du Prophete
Qui nous dist cas de si hault faict,
Que d'une Pucelle parfaicte
Naistroit ung Enfant tout parfaict?
L'effect
Est faict:
La belle
Pucelle
A eu un Filz du Ciel advoué,
Chantons Noé, Noé, Noé


 


Een aardig herderinnetje
en een herder in een weide
waren de andere dag een balspel aan t spelen
en zeiden tot elkaar om ‘af te tellen’:
Roger,
herder,
lichtvoetig
herderinnetje
t is genoeg met de bal gespeeld nu
laten we zingen: Noe, noe, noe..
 
Herinner je de profeet niet meer
die ons zaken heeft verteld, van alzo hoge gedaan,
dat een volmaakte maagd
een geheel volmaakt kind baarde:
Het beoogde
is bewerkt:
De schone
Maagd
heeft een zoon gekregen, aan de hemel gewijd
laten we zingen...

chanson XXVI
En entrant en un Jardin
Je trouvay Guillot Martin
Avec Helene,
Qui vouloit son Picotin,
Son beau petit Picotin
Non pas d'Avoyne.
 
Adonc Guillot luy a dit,
Vous aurez bien ce credit,
Quand je seray en alaine:
Mais n'en prenez qu'un petit.
Car par trop grand appetit
Vient souvent la Pance pleine.
 
 
 
 
 

Terwijl ik een tuin betrad
trof ik Guillot Martin aan
samen met Helene
die haar deel wilde,
haar mooie kleine deel
en niet van haver.
 
Waarop Guillot haar zei,
jij zult krijgen waar je recht op hebt,
als ik weer op adem ben:
Maar neem er maar klein deel van
want een te grote appetijt
leidt vaak tot een volle buik.
chanson XXVII
D'Amours me va tout au rebours,
Jà ne fault, que de cela mente,
J'ay reffus en lieu de secours:M'amye rit, et je lamente.
C'est la cause pourquoy je chante,
D'Amours me va tout au rebours,
Tout au rebours me va d'Amours.
 
 
 
 
 

 
 
Van de liefde krijg je alles verkeerd om
het heeft geen zin, dat ik daarover lieg,
ik word geweigerd in plaats van gered
Mijn Geliefde lacht en ik ween:
dat is de reden waarom ik zing:
Van de liefde krijg je alles verkeerd om
Verkeerd om krijg ik van de liefde
 
In de liefde draait bij mij alles om
Het heeft geen zin, daar om heen te draaien
Ik wordt afgewezen in plaats van gered
Mijn Geliefde lacht, ik moet huilen.
In de liefde draait bij mij alles om
Alles draait bij mij om in de liefde.
chanson XXVIII
J'ay grand desir
D'avoir plaisir
D'amour mondaine:
Mais c'est grand peine,
Car chascun loyal amoureux
Au temps present est malheureux:
Et le plus fin
Gaigne à la fin
La grâce pleine.
 
 
 

 
 
Ik heb een groot verlangen
om plezier te hebben
van de wereldse liefde:
maar het is een zware inspanning,
want elke trouwe minnaar
is hedentendage ongelukkkig:
en de meest geslepene
wint aan het einde
de volle genade.
 
chanson XXIX
O Cruaulté logée en grand beaulté,
O grand beaulté, qui loges cruaulté,
Quand ma douleur jamais ne sentiras,
Au moins ung jour pense en ma loyaulté:
Ingrate alors (peult estre) te diras.
 
 
 

 
 
O wreedheid, thuis in grote schoonheid,
of grote schoonheid, die schuilt in wreedheid,
als u dan l nooit mijn verdriet zult voelen,
denk dan tenminste één dag aan mijn trouw:
Ondankbare (misschien) zult u dan tot u zelve zeggen.
chanson XXX
J'ayme le cueur de m'Amye,
Sa bonté, et sa doulceur.
Je l'ayme sans infamie,
Et comme ung Frere la Soeur.
Amytié desmesurée,
N'est jamais bien asseurée,
Et mect les cueurs en tourment:
Je veulx aymer aultrement.
 
Ma Mignonne debonnaire,
Ceulx, qui font tant de clamours,
Ne taschent qu'à eulx complaire
Plus, qu'à leurs belles amours.
Laissons les en leur follye,
Et en leur melancolye:
Leur amytié cessera,
Sans fin la nostre sera.
  
 

Ik houd van de moed van mijn Geliefde
haar goedheid, en haar zachtheid.
Ik houd van haar, zonder dat daarin iets kwaads is,
en als een broer van zijn zuster.
liefde buiten mate
is nooit zeker
en brengt het hart in verwarring:
ik wil liefhebben op een andere manier.
 
Mijn nobel liefje
zij die zoveel lawaai maken
ambiëren enkel dat ze over hen klagen
of nog beter, over hun schone geliefden..
Laten wij hen in hun dwaasheid
en in hun melancholie
Hun Liefde zal eindigen
zonder einde zal de onze zijn.
 
chanson XXXI
Si je vy en peine, et langueur,
De bon gré je le porte,
Puis que celle, qui a mon cueur,
Languist de mesme sorte.
Tous ces maulx nous faict recepvoir
Envie decevante,
Qui ne permect nous entreveoir,
Et d'en parler se vante.
 
Aussi Danger faulx Blasonneur
Tient Rigueur à la Belle,
Car il menasse son honneur,
S'il me veoit aupres d'elle.
Mais plus tost loing je me tiendray,
Qu'il en vienne nuysance:
Et à son honneur entendray,
Plus tost qu'à ma plaisance.
 
 
Als ik moet leven in smart en smacht
graag zal ik het dragen
want degene, die mijn hart heeft,
kent een gelijke smacht.
Al deze kwaden doet ons ontvangen
bedriegelijke afgunst
die niet toestaat dat wij elkaar ontmoeten
en er over praten... blaast op ??
 
Ook het Gevaar ‘vals gerucht’
brengt ‘Gestrengheid’ bij de schone,
want hij... zijn eer,
als hij mij ziet vlakbij haar.
Maar veeleer ver weg zal ik mij houden
als het er op lijkt dat dat er schade van komt:
En tot haar eer zal horen
veeleer dan tot mijn genoegen
.chanson XXXII
Changeons propos, c'est trop chanté d'amours:
Ce sont clamours, chantons de la Serpette:
Tous Vignerons ont à elle recours,
C'est leur secours pour tailler la Vignette.
O Serpillette, ô la Serpillonnette,
La Vignolette est par toy mise sus,
Dont les bons Vins tous les ans sont yssus.
 
Le Dieu Vulcain forgeron des haults Dieux,
Forgea aux Cieulx la Serpe bien taillante
De fin acier trempé en bon vin vieulx,
Pour tailler mieulx, et estre plus vaillante:
Bacchus la vante, et dit qu'elle est seante,
Et convenante à Noé le bonshom
Pour en tailler la Vigne en la saison.

Bacchus alors Chapeau de treille avoit,
Et arrivoit pour benistre la Vigne:
Avec Flascons Silenus le suivoit,
Lequel beuvoit aussi droict qu'une ligne:
Puis il trepigne, et se faict une bigne:
Comme une guigne estoit rouge son nez.
Beaucoup de gens de sa race sont nez.
 
 

 
Laten wij van onderwerp veranderen, we hebben al teveel over de liefde gezongen.
Het is maar geroep, laten we zingen van het snoeimes,
Alle wijnboeren gebruiken het
hun toevlucht om de wijnstok te snoeien
o klein snoeimes, o snoeischaartje
het wijnrankje wordt door jou zo gezet
dat alle jaren er goede wijnen uit voortkomen
The chansons above were published in 1532. The following chansons are added in 1538
 
 
chanson XXXIII
La plus belle des troys sera
Celle, qui mourir me fera,
Ou qui me fera du tout vivre,
Car de mon mal seray delivre,
Quand à sa puissance plaira.
 
Pallas point ne m'aidera:
Juno point ne s'en meslera:
Mais Venus, que j'ay voulu suivre,
Me dira bien, tien je te livre
Celle, qui ravy ton cueur a. 
 

De mooiste van de drie zal zij zijn
die mij zal doen sterven,
of die mij geheel en al zal doen leven,
want van mijn kwaad zal ik verlost zijn
wanneer ik aan zijn/haar macht zal bevallen
 
Pallas zal me dus niet helpen
Juno zal zich er helemaal niet in mengen
Enkel Venus, die ik heb willen volgen
zal goed van mij spreken, hou vol, ik zal je bezorgen,
haar die je hart gestolen heeft.
chanson XXXIV
Puis que de vous je n'ay aultre visage,
Je m'en vois rendre hermite en ung desert,
Pour prier dieu, si ung aultre vous sert,
Qu'aultant que moy en vostre honneur soit sage.
A dieu Amours, à dieu gentil corsage,
A dieu ce tainct, à dieu ces frians yeux:
Je n'ay pas heu de vous grand adventage:
Ung moins aymant aura, peult estre, mieulx.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Omdat ik u nooit meer mag zien
word ik kluizenaar in de woestijn
om tot God te bidden, indien een ander u dient
dat hij dan net zo als ik wijs zal zijn tot uw eer.
Vaarwel Liefde, vaarwel edele gestalte,
Vaarwel die teint, vaarwel glinsterende ogen:
Ik heb van u niet veel voordeel gehad
Misschien zal iemand die u minder mint meer hebben.
 
Als ik uw gelaat nooit meer mag aanschouwen
dan trek ik me terug, een kluizenaar in de woestijn
om te bidden, dat die ander die u dienen zal
uw eer net zo hoog zal houden als ik heb gedaan.
Vaarwel Liefde, vaarwel edele gestalte,
Vaarwel die teint, vaarwel glinsterende ogen:
Ik heb met u nooit veel geluk gehad:
Misschien krijgt een mindere minnaar meer.

 
chanson XXXV
Vous perdez temps de me dire mal d'elle,
Gens qui voulez divertir mon entente:
Plus la blasmez, plus je la trouve belle.
S'esbahist on, si tant je m'en contente?
La fleur de sa jeunesse
A vostre advis rien n'est ce?
N'est ce rien que ses grâces?
Cessez voz grands audaces,
Car mon Amour vaincra vostre mesdire:
Tel en mesdict, qui pour soy la desire.
 
 
U verliest tijd met tegen mij kwaad te spreken over haar,
 mensen die mij deze verbintenis willen afraden:
Hoe meer u haar lastert, hoe schoner ik haar vind.
Verbaast het u, dat ik zo tevreden met haar ben?
De bloem van haar jeugd
is dat niets, naar uw mening ?
Is het niets, haar gratie ?
Staakt uw grote brutaliteiten
want mijn Geliefde zal uw wanspraak overwinnen:
Wie er zo slecht van spreekt, begeert haar voor zichzelf.
chanson XXXVI
Pour la Brune
Pourtant si je suis Brunette,
Amy n'en prenez esmoy,
Aultant suis ferme, et jeunette,
Qu'une plus blanche que moy.
Le Blanc effacer je voy.
 
Couleur Noire est tousjours une:
J'ayme mieulx donc estre Brune
Avecques me fermeté,
Que Blanche comme la Lune
Tenant de legiereté.
 
nigra sum sed formosa theme from the Canticle of Solomon.
 
 
Voor de brunette
Zo bruin als ik ben
mijn vriend, neem er geen aanstoot aan,
Zo degelijk ben ik ook, en jong,
dat een die blanker is dan ik
Wit zie wegtrekken.
 
De kleur zwart is altijd één,
ik ben dus liever bruin
met mijn degelijkheid
dan wit als de maan
een en al wispelturigheid.
 
chanson XXXVII
Pour la Blanche
 
Pourtant si le Blanc s'efface,
Il n'est pas à despriser:
Comme luy le Noyr se passe,
Il a beau temporiser.
Je ne veulx point me priser,
 
Ne mesdire en ma revanche:
Mais j'ayme mieulx estre blanche
Vingt, ou trente ans ensuivant
En beauté nayve, et franche,
Que noire tout mon vivant. 
 
Voor de blonde
 
ookal verdwijnt het wit
toch moet je dat niet misprijzen
Als netzo ook het Zwart voorbij gaat
is het goed om rustig aan te doen
Ik heb geen zin om mijzelf te prijzen
 
noch te misprijzen van de weeromstuit:
Maar ik ben toch liever blond
20, of 30 jaar achter elkaar
met een natuurlijke sdchoonheid en vrank
dan zwart mijn leven lang.
 
chanson XXXVIII
J'ay trouvé moien, et loisir
D'envoyer Monsieur à la chasse,
Mais ung aultre prend le plaisir
Qu'envers ma Dame je pourchasse.
Ainsi pour vous gros Boeufz puissans,
Ne trainez Charrue en la Plaine:
Ainsi pour vous Moutons paissans,
Ne portez sur le dos la Laine.
Ainsi pour vous Oyseaulx du Ciel,
Ne sçauriez faire une couvée:
Ainsi pour vous Mousches à miel,
Vous n'avez la Cire trouvée.
  
 

Ik heb het middel en de gelegenheid
om mijn Heer op jacht te sturen,
Maar een ander neemt het plezier
die ik bij mijn Dame had nagejaagd
Zo werkt gij voor uzelve niet, gij sterke ossen
met de kar in het veld
Zo draagt gij voor u zelve niet, gij schapen
de wol op uwe rug.
Alzo kunt gij voor uzelve, vogelen des hemels
niet maken een nest:
Zo hebt ook gij voor uzelve niet, o honingbijen,
de was gevonden.

 

chanson XXXIX
Si j'avoys tel credit,
Et d'Amour recompense,
Comme l'Envieux pense,
Et comme il vous a dict,
Menteur ne seroit dict,
Ne vous froide amoureuse,
Et moy pauvre interdict
Serois personne heureuse:
 
Quand viens à remirer
Sa belle jouyssance,
Il n'est en ma puissance
De ne la desirer:
Et pour y aspirer
N'en doy perdre louange,
Ne d'honneur empirer:
Suis je de fer, ou Ange?
 
Qu'est besoing de mentir?
J'ose encores vous dire,
Que plus fort vous desire,
Quand veulx m'en repentir:
Et pour aneantir
Ce desir, qui tant dure,
Il vous fauldroit sentir
La peine que j'endure.
 
Vostre doulx entretien,
Vostre belle jeunesse,
Vostre bonté expresse
M'ont faict vostre, et m'y tien:
Vray est, que je voy bien
Vostre amour endormie,
Mais langueur ce m'est bien
Pour vous, ma chere Amye.
 
 
 
chanson XL
Ne sçay combien la hayne est dure,
Et n'ay desir de le sçavoir:
Mais je sçay qu'amour, qui peu dure,
Faict ung grand tourment recepvoir.
Amour aultre nom deust avoir,
Nommer la fault Fleur, ou Verdure,
Qui peu de temps se laisse veoir.
 
Nommer le donc Fleur, ou Verdure
Au cueur de mon legier Amant:
Mais en mon cueur, qui trop endure,
Nommez le Roc, ou Dyamant,
Car je vy tousjours en aymant,
En aymant celluy qui procure,
Que Mort me voyse consommant.
  
 
 
 
chanson XLI
composée par Heroet

Qui la vouldra, fault premier que je meure:
Puis s'il congnoist son grand dueil appaisé,
La serve bien: mais il est mal aysé,
(Mort son Amy) qu'elle vive demeure.
 
Second couplet par Marot
 
Je cuyde bien qu'elle mourroit à l'heure,
Que Mort viendroit tous les Amans saisir:
Mais si (toy mort) elle en trouve à choisir,
J'ay belle peur qu'à grand peine elle pleure.
 
 
 
 
 
chanson XLII
Mon cueur se recommande à vous,
Tout plein d'Ennuy, et de Martire:
Au moins en despit des Jaloux
Faictes qu'à Dieu vous puisse dire.
Ma bouche, qui vous souloit rire,
Et compter propos gracieux,
Ne faict maintenant que mauldire
Ceulx, qui m'ont banny de voz yeux.
 
Banny j'en suis par faulx semblant:
Mais pour nous veoir encor ensemble,
Fault que me soiez ressemblant
De fermeté: car il me semble
Que quand faulx Rapport desassemble
Les Amans, qui sont assemblez,
Si ferme amour ne les r'assemble
Sans fin seront desassemblez.
 
 

Ik leg mijn hart in jouw handen
vol van smart en diep verdriet.
Sta tenminste toe, tot spijt van wie 't benijdt
dat ik afscheid van je mag nemen.
Mijn mond die zou willen glimlachen
En heerlijke verhalen vertellen.
kan niets anders meer doen dan vervloeken
Die mij uit jouw ogen hebben verbannen.
   

 

   
Thursday, 21 February 2019
 
 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

Home

This site was last updated Saturday, 03 September 2016